X

Varkensleven

Het leven van een vleesvarken begint bij de zeug.19 Sinds 1 januari 2013 is er een Europese richtlijn van kracht die het gebruik van zeugenboxen verbiedt en groepshuisvesting voor de zeugen oplegt gedurende twee maanden en een half van hun zwangerschap (vanaf 4 weken na dekking tot een week voor de worp). Hoewel varkenshouders twaalf jaar de tijd kregen om de huisvesting van de zeugen aan te passen, zijn er toch nog veel Belgische varkensbedrijven niet in orde met deze regelgeving.20 Daar zitten de zeugen het grootste deel van hun leven vast in een zeugenbox tussen tralies waarin ze ongeveer een halve meter voor- of achteruit kunnen bewegen, maar niet kunnen draaien. De Europese Commissie heeft België al meerdere keren op de vingers getikt om deze Europese wet na te leven.

Zelfs met deze nieuwe Europese richtlijn hebben zeugen nog een ellendig leven. Zeugen mogen vaak niet te veel eten omdat ze anders te zwaar kunnen worden voor hun broze beendergestel (in vergelijking met het wilde zwijn weegt een modern productievarken dubbel zoveel). Een zeug wordt twee à drie keer per jaar kunstmatig zwanger gemaakt. Het oorspronkelijke wilde zwijn bracht ongeveer vijf biggen per worp voort, maar door genetische selectie werd de worpgrootte in de varkensteelt opgedreven tot meer dan 10 biggetjes. Sommige zeugen hebben zelfs een worp van 20 biggetjes.

De constante aaneenschakeling van zwangerschappen vormt een hoge fysieke belasting voor de zeug. Baarmoederverzakkingen komen regelmatig voor. De zeug wordt ook gedwongen te baren en te zogen op dezelfde plaats waar haar uitwerpselen neerkomen.21 Dat leidt tot psychische ongemakken, want varkens zijn erg hygiënische dieren. Als een zeug voor het eerst opgesloten wordt, kan ze zoveel stress en paniek krijgen, dat ze helemaal uitgeput geraakt in haar pogingen om te vluchten. Sommige zeugen vallen dan zelfs bewusteloos. Ongeveer 7% van de zeugen sterft voortijdig aan stress.22

Een deel van de biggetjes wordt dood geboren of sterft kort na de geboorte omdat ze zich niet voldoende konden ontwikkelen in de overvolle baarmoeder. En omdat de zeug ook niet genoeg melk produceert voor zoveel biggetjes, kunnen er ook biggetjes sterven van de honger. Het percentage biggensterfte in het kraamhok bedraagt 14%.23

Bij een klein percentage van de varkens kan een ‘beregeur’ ontstaan bij het bakken van het vlees. Omdat dit de smaak bederft, worden jonge mannetjesbiggen (meestal zonder verdoving) gecastreerd. Reeds na 28 dagen worden de biggetjes gespeend24 (in het wild gebeurt dat pas na drie maanden), en naar de speenafdeling gebracht waar ze elk 0,3m² ruimte krijgen. Het wegnemen van de biggetjes is voor zowel de zeug als de biggetjes een erg traumatische ervaring. Varkens zijn immers erg sociale dieren die levenslange familie- en vriendschapsbanden vormen.

De biggetjes die het spenen overleven, worden na 5 weken naar een batterijafdeling en vervolgens naar een vetmestbedrijf gebracht waar ze elk slechts 0,65 à 1m² ruimte krijgen. De vetmeststallen bestaan uit kleine betonnen ruimtes waarvan de vloer gedeeltelijk bestaat uit roosters waar de uitwerpselen op vallen. Een mestput onder de roosters vangt de uitwerpselen op. En ook hier worden de van nature hygiënische varkens gedwongen te leven in en op hun eigen uitwerpselen. Daardoor krijgen ze voetverwondingen, gewrichtsontstekingen, zweren, gezwollen poten, oogirritaties, urineweginfecties,…

Daar varkens vrij intelligente dieren zijn die graag willen spelen, vertonen ze gedrag van verveling en stress als ze in krappe ruimtes opgesloten zitten. Sommige dieren doen aan zelfverminking, anderen vertonen apathisch, hysterisch en stereotiep gedrag: het repetitieve schudden van het hoofd, het rollen van de ogen, het kauwen op metalen baren, het wrijven tegen muren.25 Die stress en frustratie kan zo erg zijn dat ze agressief worden en andere varkens verwonden.26 Dit kan zelfs leiden tot ernstige bijtwonden en kannibalisme. Die wonden kunnen infecteren, waardoor abcessen ontstaan. Dat is de reden waarom staarten bij de jonge biggetjes (vaak zonder verdoving) worden afgeknipt en de hoektanden worden geslepen of geknipt.

Tijdens de batterijfase en het vetmesten sterft nog eens 7% van de varkens door ziektes en onderlinge agressie.27

Van nature leeft een varken 12 tot 13 jaar, maar in de dierenindustrie wordt een vleesvarken reeds op een leeftijd van zes maanden naar het slachthuis gebracht. Varkens worden vaak in vrachtwagens over lange afstanden getransporteerd (bv. van België naar Italië). Vele varkens zijn gewond of erg angstig, en als ze niet willen luisteren, krijgen ze vaak nog slagen, trappen of elektrische schokken om ze op de vrachtwagen te drijven. Omdat ze hun hele leventje lang tussen betonnen muren hebben geleefd, hebben ze veel stress wanneer ze in een vreemde omgeving terechtkomen. Het contact met vreemde varkens op een drukke vrachtwagen leidt vaak tot vechtpartijen. Varkens kunnen niet zweten en daarom nemen ze in de natuur een modderbad om af te koelen. In een vrachtwagen is dat onmogelijk, waardoor ze kunnen sterven aan oververhitting. De huidige vleesvarkens hebben ook minder weerstand tegen warmte en temperatuurschommelingen omdat ze een dunnere vetlaag en een kleinere snuit hebben dan een oorspronkelijk wild zwijn. Niet alleen de hitte of de koude kan voor een varken fataal zijn. In de vrachtwagens is ook een ernstig gebrek aan ruimte, verse lucht en water. Sommige varkens sterven dus van de dorst, anderen van de stress, van ademhalingsstoornissen of van algemene fysieke verzwakking.

Overleven de varkens het transport, dan moeten ze in het slachthuis nog een dag zonder eten wachten op de slachting. Voor de slacht worden ze via elektrocutie bedwelmd en ondergedompeld in kokend water om de huid te versoepelen. Soms werkt de elektroshock op het hoofd niet goed, wat erg pijnlijk is. Ofwel worden ze dan opnieuw geëlektrocuteerd, ofwel worden ze geslacht terwijl ze nog bij bewustzijn zijn. Vaak wordt voor de laatste optie gekozen zodat het slachtproces niet vertraagd wordt. Een andere procedure is de CO2-bedwelming: een groep varkens wordt opgesloten en vergast. Varkens slaan dan in paniek omdat ze aan het stikken zijn. Dan spartelen ze en snakken ze naar adem.

Na de bedwelming worden de varkens gevild, of met een haak ondersteboven gehangen en met een groot mes gekeeld. En ook hier hangen soms nog varkens te spartelen. Ook al is het aantal varkens dat bij bewustzijn gekeeld of gekookt wordt relatief klein, dan nog gaat het om veel varkens: in België worden jaarlijks meer dan 11 miljoen varkens geslacht, en als bv. slechts 1% van die varkens nog bij bewustzijn is tijdens het slachten, dan komt dat al gauw neer op 300 intelligente en voelende dieren die (enkel nog maar in België) een afschuwelijke dood sterven, iedere dag. Geen enkel slachthuis werkt perfect, er is geen enkele garantie dat het vlees op ons bord niet afkomstig is van een dier dat erg veel geleden heeft.